Empirische Cyclus

Stappen van de empirische cyclus

Met behulp van deze cyclus wordt kennis opgedaan door hypothesen (verwachtingen) te formuleren, en deze te toetsen. Je volgt de stappen van een onderzoek, dit wordt ook wel de onderzoekscyclus genoemd. De empirische cyclus bestaat uit een aantal stappen:

 

1. Waarneming

Je leest ergens iets over, je ervaart iets, of je hebt waarnemingen als gevolg van onderzoek wat je eerder hebt gedaan.

Voorbeeld: Je studeert graag met muziek op de achtergrond, terwijl klasgenoten dit juist afleidend beschouwen. Dit roept vragen op, zou er misschien een effect zijn van muziek op leren?

 

2.  Onderzoeksvraag

Eerdere waarnemingen roepen vragen op, met één hoofdvraag: de onderzoeksvraag.


Voorbeeld: Je besluit dit verder te onderzoeken. Jouw school heeft EEG apparatuur beschikbaar, waarmee je zelfs naar de hersenactiviteit van je klasgenoten kan kijken. De vraag die je wil beantwoorden, luidt als volgt: Wat is het effect van achtergrondmuziek tijdens het leren op je concentratievermogen (hersenactiviteit)?

 

3. Hypotheses 

  • Algemene hypothese: deze hypothese is een algemene veronderstelling, een antwoord op de hoofdvraag, wat verwacht wordt op basis van literatuur (Inductiefase). 
  • Specifieke hypothese: Je formuleert ook een hypothese die specifiek voor een experiment toetsbaar is (Deductiefase). Deze hypothese kun je, na je experiment, verwerpen of niet verwerpen. 

 

Voorbeeld

  • Hypothese van de inductiefase: Muziek zorgt ervoor dat je je beter kan concentreren en heeft daardoor een positief effect op je studieresultaten (algemeen).
  • Hypothese van de deductiefase: Het EEG experiment zal laten zien dat er een hoger concentratievermogen (hersenactiviteit) te zien is bij het luisteren van muziek tijdens het studeren in vergelijking met stilte tijdens het leren. Ook laat gedragsdata zien dat de proefpersonen hoger scoren op de test met achtergrondmuziek (specifiek).

 

4. Toetsen (het experiment)

Door middel van een goed uitgedacht experiment wordt de geformuleerde hypothese getoetst. 

 

Voorbeeld: Je voert jouw experiment uit in de klas. 20 klasgenoten doen twee keer een leertaak. De ene keer hebben ze muziek op de achtergrond, de andere keer stilte. Tijdens het leren wordt de hersenactiviteit gemeten met de EEG apparatuur. Je krijgt data binnen over de hersenactiviteit tijdens het leren. Daarnaast kun je ook het leertaakje nakijken, om te zien onder welke omstandigheden de taak beter wordt gemaakt. 

 

5. Evaluatie

De resultaten van het experiment worden geanalyseerd en geëvalueerd. Wordt de hypothese door het experiment ondersteund, of juist ontkracht? Er worden conclusies getrokken. Dit leidt vaak ook tot nieuwe vragen/waarnemingen → de cyclus begint weer van voor af aan.

 

Voorbeeld: De statistische toets laat zien dat er géén significant verschil is in hersenactiviteit bij leerlingen wanneer ze tijdens leren naar muziek luisteren of niet. De hypothese dat muziek invloed heeft op concentratie tijdens studeren kan niet worden ondersteund door dit experiment. Wellicht zijn er te weinig proefpersonen gebruikt. Of zijn er andere muzieksoorten die wel een effect teweegbrengen. Of heeft muziek tijdens het leren geen effect op de concentratie. Er is meer onderzoek nodig.

Tip!

Tip!

  • Schrijf gedurende je profielwerkstuk, maar vooral tijdens het onderzoeken, alvast aan je verslag. Zorg dat je dit niet op het eind allemaal nog moet bijwerken!