Analyse en interpretatie van kunst en/of literatuur

Analyse en interpretatie van kunst en / of literatuur

Letterkundig en kunsthistorisch onderzoek

 

Gaat je vraag over artistieke expressies, zoals kunst, voorstellingen, literatuur?

Staat er een bijzonder gebouw of kunstwerk in je buurt waar je meer over wil weten? Wil je je verdiepen in moderne dans of theater? Of ben je benieuwd hoe je favoriete boek gemaakt is, wat nou de kenmerken zijn die maken dat je het jou aanspreekt? Of wat het zegt over een cultuur en periode als er veel boeken over oorlog geschreven worden. Verschijnen er de komende jaren veel boeken over ziekte en isolatie, vanwege de Coronacrisis? Of misschien vraag je je af waarom bepaalde Young Adult boeken zich in een dystopie, een nare werkelijkheid, afspelen.

 

Dit soort vragen gaan over verschillende vormen van artistieke expressies en passen bij een CM profiel. Bij artistieke expressies kun je denken aan schilderijen, beeldhouwwerken, gebouwen, maar ook aan toneel- of dansvoorstellingen en literaire werken. We vatten ze in deze tekst samen onder de noemer kunstwerken.

 

Bij dit soort onderzoek past een systematische analysemethode, kwalitatief of kwantitatief. In een kwalitatieve benadering van kunstwerken analyseer je kenmerken van teksten of beelden op een systematische en diepgaande manier, je bestudeert en evalueert die kenmerken nog eens per deelvraag en trekt daar conclusies uit. Als je veel gegevens wil of moet verzamelen (en dat ook haalbaar is in de tijd), zal je die kwantitatief verwerken. Je geeft dan in je uiteindelijke profielwerkstuk cijfermatige overzichten.

 

Wat heb je nodig?
Je hebt voor dit soort vragen het kunstwerk of literaire werk zelf (of meerdere kunstwerken) nodig en artikelen, websites of andere bronnen over het kunstwerk. Daarnaast is het belangrijk dat je over een raamwerk van goed gedefinieerde kenmerken beschikt die je onderzoekt en waarmee je grip kan krijgen op het kunstwerk en op alle informatie over het kunstwerk.

 

Methode: analyseren en je vragen beantwoorden

De onderzoeksfase begint met het herlezen en gerichter lezen van literatuur om vervolgens je vraag aan te scherpen. Je bedenkt welke informatie je nodig hebt om je onderzoek meetbaar te maken en legt dat vast in een raamwerk. Vervolgens analyseer je aan de hand daarvan de kunstwerken: zo verzamel en orden je je gegevens.

 

Onderzoeksvraag aanscherpen en een raamwerk maken voor je analyse

Duik aan het begin van de onderzoeksfase nog eens de literatuur in. Wat voor vragen stellen en beantwoorden de publicaties over jouw onderwerp, lijken die vragen op jouw eigen vragen? Gebruik die literatuur om je vraag aan te scherpen en uit te leggen, aan jezelf en in je uiteindelijke werkstuk, wat de relevantie van jouw vragen bij je onderwerp is.

 

Je wilt bijvoorbeeld weten hoe een concreet kunstwerk tot stand is gekomen, of dat vergelijken met andere kunstwerken. Misschien wil je weten hoe het werk past in een traditie, cultuur of periode. Of je wilt onderzoeken wat het werk wil zeggen, je wilt meer weten over interpretaties van anderen en een eigen interpretatie ontwikkelen en beargumenteren. Gebruik hierbij deze fase de informatie over onderzoeksvragen nog eens: ga je beschrijven, vergelijken, verklaren? Bij vergelijkende vragen betrek je bijvoorbeeld waarschijnlijk meerdere kunstwerken of kunstenaars in je onderzoek.

 

Voor veel vragen over kunstwerken heb je een raamwerk nodig voor een systematische analyse. Andere woorden die je voor raamwerk kunt tegenkomen zijn perspectief, theoretisch kader of theoretische invalshoek. Wij bedoelen met raamwerk iets heel concreets, namelijk een lijst goed gedefinieerde kenmerken van kunstwerken die relevant zijn voor jouw onderzoek. Voor die kenmerken wordt ook wel het woord parameters of onderzoeksparameters gebruikt. Je gebruikt ze om je materiaal, de kunstwerken, om te zetten naar gegevens voor de beantwoording van je vragen.

 

Je onderzoeksvraag en, vooral, je deelvragen vormen de basis voor het raamwerk: over welke kenmerken van de kunstwerken moet je meer weten om je vragen te beantwoorden? Een startpunt is bijvoorbeeld je lesboek voor kunst of literatuur en je docent kan je hierbij natuurlijk ook op weg helpen. Mogelijke typen kenmerken in een raamwerk voor literaire werken zijn bijvoorbeeld verteltechnieken of kenmerken van literaire stromingen. Meer mogelijke kenmerken en voorbeelden van onderzoek vind je op de website www.litlab.nl. In de Syllabus voor Kunst (Algemeen) op www.examenblad.nl staan begrippen voor analyse van dans, muziek, beeldende kunst, theater en film. Een uitwerking daarvan is te vinden op de website van het Landelijk Expertisecentrum Vakdidactiek Kunsttheorie https://www.expertisecentrum-kunsttheorie.nl/wp-content/uploads/Van-de-Kamp_kunst-analyseren_aspecten-principes-en-strategieen_2020.pdf

 

Raamwerk testen en duidelijk beschrijven

Het raamwerk is meestal niet in één keer af. Zeker als je meerdere kunstwerken bekijkt in je onderzoek, zul je er gaandeweg achter komen dat je bijvoorbeeld nog een extra kenmerk in je onderzoek wil betrekken, of dat je iets nog niet scherp genoeg had gedefinieerd. Daarom moet je je raamwerk testen op een klein deel van je onderzoeksmateriaal en een duidelijke beschrijving maken van ieder kenmerk waarop je analyseert. In die beschrijving verwijs je naar de literatuur die je daarvoor gebruikt hebt. Maak daarbij ook opmerkingen of de definities in de literatuur bruikbaar waren, of dat je ze nog hebt moeten wijzigen in je testfase. Deze beschrijving maakt dat je onderzoek controleerbaar en transparant is.

 

Analyseren en vragen beantwoorden

Als je raamwerk eenmaal vaste vorm gekregen heeft in een lijst duidelijk gedefinieerde kenmerken, gebruik je het om ieder kunstwerk of deel van een kunstwerk in je onderzoek te analyseren. Voor ieder van de kunstwerken die je onderzoekt, werk je systematisch uit of (en hoe) het over ieder kenmerk beschikt. Je raamwerk is nu een lijst die je in kan vullen voor een kunstwerk of deel van een kunstwerk.

 

Hiermee maak je van het kunstwerk dat je onderzoekt eigenlijk een set gegevens die je vervolgens verder kunt verwerken. Omdat jij op deze manier eigenlijk degene bent die die gegevens maakt, is het heel belangrijk dat je dat op een controleerbare manier doet. Daarom is een heldere, eenduidige definitie van de kenmerken die je gebruikt een onmisbaar instrument in je onderzoek en een onmisbaar onderdeel in je uiteindelijke profielwerkstuk. Maak tijdens je analyse van de kunstwerken ook notities van de redenen dat je tot een bepaald oordeel komt.

 

Wanneer je alle kunstwerken in je onderzoek, al je materiaal, geanalyseerd hebt, bekijk je gegevens vanuit een andere hoek: niet meer kunstwerk of deel van het kunstwerk, maar per kenmerk of per deelvraag van je onderzoek. Zo gebruik je de gegevens van je analyse om de deelvragen te beantwoorden.

 

Andere benaderingen van kunstwerken

Op deze pagina hebben we uitgelegd hoe je te werk kan gaan als kunstwerken centraal staan in je profielwerkstuk. Maar dat is niet de enig denkbare benadering van kunstwerken.

 

Als je in je vraag een verklaring zoekt voor bijvoorbeeld de opkomst van een bepaald thema in de kunst, of je wil het werk van een auteur in een traditie of tijd plaatsen, kijk dan ook eens bij de beschrijving van de onderzoeksaanpak voor geschiedenisprofielwerkstukken. Het kan namelijk goed zijn dat je onderzoek zich op het snijvlak van twee disciplines bevindt en je ook gebruik moet maken van methoden voor historisch onderzoek. Ook de website www.litlab.nl bevat voorbeelden van zulk onderzoek.

 

Je kunt je ook voorstellen dat je de verf en andere materialen van schilderijen bestudeert, denk bijvoorbeeld aan het werk van restaurateurs. Of je bent geïnteresseerd in de spierkracht van dansers. In die gevallen bevindt je onderzoek zich ook op het snijvlak van disciplines en is het waarschijnlijk dat je (ook) onderzoeksmethoden uit die disciplines nodig hebt. Kijk daarvoor ook bij de beschrijving van de onderzoeksaanpak van experimenten.

 

Achtergrond: de hermeneutische cirkel

Het concept hermeneutische cirkel wordt wel gebruikt om het proces te beschrijven waarin je artistieke expressies analyseert en interpreteert. Met hermeneutisch wordt ‘verklarend’, ‘uitleggend’ of ‘interpreterend’ bedoeld en het beeld van de cirkel wordt gebruikt om aan te geven dat er geen vaststaand beginpunt of eindpunt is aan een interpretatie: het begrijpen van een kunstwerk wordt gezien als een doorlopend proces. Degene die het kunstwerk wil begrijpen gaat daar bij steeds heen en weer tussen het gehele kunstwerk en delen van het kunstwerk.

 

Je kunt dat zo voor je zien: je hebt een idee over een kunstwerk als geheel, je vindt het bijvoorbeeld mooi of lelijk. Dan ga je delen van het kunstwerk analyseren om te zien waar dat idee vandaan komt. Komt het bijvoorbeeld voort uit het onderwerp, de stijl of kleuren. Als je dat gedaan hebt, kun je je idee over het kunstwerk veel beter onder woorden brengen. En waarschijnlijk kom je dan ook op andere dingen die je nog zou willen analyseren. En zo verder – vandaar het beeld van de cirkel.

 

Ditzelfde proces gaat op voor bijvoorbeeld de relatie tussen een kunst- of literatuurstroming (geheel) en werken daarbinnen (delen). Je hebt een beschrijving van een dergelijke stroming, maar wil die toetsen aan delen daarvan: je gaat kenmerken van afzonderlijke werken binnen de stroming analyseren. Dat leidt tot een preciezere beschrijving van die stroming, en tot volgende, nog meer gedetailleerde kenmerken die je kunt onderzoeken.

 

Zo’n eeuwigdurende cirkel van heen en weer gaan tussen deel en geheel kan voor een profielwerkstuk natuurlijk niet. Het kan zelfs voor geen enkel onderzoek, ieder onderzoek is afgebakend in de tijd.

 

Als onderzoeker schets je daarom waar je instapt in de cirkel: om het ‘geheel’ te beschrijven waar je mee startte, geef je eerst de achtergronden bij je onderzoek en het idee, de veronderstelling, over het geheel waar je mee startte. Dat helpt je te bepalen welke delen, welke kenmerken, je voor jouw onderzoek verder moet onderzoeken: ook die benoem je als onderzoeker en je legt de relevantie ervan uit.

 

Vervolgens presenteert je de uitkomsten van je analyse en verbind je die weer tot een idee over het geheel. Dan kijk je terug naar je beginpunt: (hoe) is je idee over het geheel veranderd? Zijn er nu weer nieuwe kenmerken die je zou willen onderzoeken?

In een profielwerkstuk heb je meestal een voorbereidende ronde en een tweede ronde van zo’n hermeneutische cirkel zoals we bij de methode beschreven: de ronde waarin je je raamwerk opstelt en de analyseronde.